Waste of Time - Museum het Valkhof 2018

Leaving Surfaces

Vergeleken met zijn geluid-producerende, kinet- ische werken lijkt de serie Leaving Surfaces op het eerste gezicht nogal klassiek sculpturaal en, tja,

stil. Van Wijk maakt de eerste delen van deze serie in 2015 tijdens zijn studie aan ArtEZ in Arnhem. Hij ‘oogst’ stukken graffiti van openbare plekken in Arnhem waar waterschade de vele lagen spuitverf heeft losgeweekt van de stenen muren, om ze daarna

voorzichtig op te schuren om de vele kleurige lagen naar boven te brengen. Tijdens de open da- gen van de academie presenteert hij de stukken in vitrines als waren het archeologische of geologis- che objecten. Voor de tentoonstelling Weggegoo- ide Tijd in Museum Het Valkhof gaat Van Wijk op zoek naar nieuwe stukken graffiti in de omgeving van het museum zelf, de stad Nijmegen. Dit keer hoeft hij de museale context niet te ‘faken’; de an- tieke keramiek die de graffiti stukken omringt roept direct allerlei historische scenario’s op waarbinnen de stukken hun oorsprong hadden kunnen vinden. Net als bij de kinetische installaties combineert de kunstenaar voor Leaving Surfaces bekende ding- en – in dit geval de street art die onderdeel is van onze dagelijkse stedelijke omgeving en het arche- ologische museum met zijn typische manieren van tentoonstellen – om zeer suggestieve alternatieve interpretaties van deze bekende dingen te creëren.Hoewel de resultaten van Van Wijks bewerking van de street art-stukken zeer esthetisch ogen, is de creatieve handeling van de kunstenaar in dit geval ook duidelijk een destructief gebaar. Als je bedenkt dat de beeldtaal van graffiti vaak bestaat uit signa- turen en tags, valt er bijna geen gewelddadigere ingreep in de nalatenschap van deze kunstvorm voor te stellen dan deze te reduceren tot een

ab-stracte massa kleur. Hoewel de resultaten van Van Wijks bewerking van de street art-stukken zeer esthetisch ogen, is de creatieve handeling van de kunstenaar in dit geval ook duidelijk een destructief gebaar. Als je bedenkt dat de beeldtaal van graffiti vaak bestaat uit signa- turen en tags, valt er bijna geen gewelddadigere ingreep in de nalatenschap van deze kunstvorm voor te stellen dan deze te reduceren tot een ab- stracte massa kleur. Vergelijkbaar met hoe eerdere installaties Van Wijks positie als de ‘geniale’ kunste- naar/schepper op de hak nemen, verkent Leaving Surfaces de notie van auteurschap en bezit nog verder. Dit wordt nog duidelijker door een e-mail van een lokale graffitikunstenaar waar Van Wijk tijdens zijn voorbereidingen contact mee had; de e-mail wordt als onderdeel van het werk geciteerd in de tentoonstelling: 

“[Voor mij] is Graffiti een onderwerp/kunst die je moet proeven, proeven in de zin van het adopteren in je leven en het blijven beleven, dat betekent: elke dag er mee bezig zijn en het bewijze van ‘ademen’. Zelfs voor mij als persoon/kunstenaar blijf ik na omme nabij 14 jaar

(als schrijver) nog steeds nieuwe lagen en vormen ontdekken, dus een gesprek en/of dialoog met jou, voelt alsof ik jou mijn investering moet gaan geven […]”. Dit is een interessant voorbeeld van hoe een openbare kunstvorm als graffiti nog steeds vragen kan oproepen over culturele appropriatie, hoe sommigen wellicht menen dat Van Wijk zich een openbaar kunstwerk toe-eigent dat niet van hem is. En om de zaken erger te maken laat Van Wijk voor de tentoonstelling Weggegooide Tijd 

de stukken street art ook nog eens zien binnen de muren van de tempel van culturele appropriatie: het archeol- ogisch museum. Van Wijk benadert het idee van bezit en auteurschap op ambivalente wijze: hoewel de voorkant van de graffitistukken gladgepolijst zijn blijven hun achterkanten ruw, zoals ze ooit op hun oorspronkelijke locatie van de muur kwamen. De vele lagen verf vormen een echo van het werk van de vele straatkunstenaars die hun eigen werk steeds weer opnieuw en opnieuw overgespoten hebben. Net als in zijn kinetische installaties is Van Wijk als kunstenaar tegelijkertijd aan- en afwezig. 

n de installatie worden de stukken van Leaving Surfaces in een klassieke museum vitrine geplaatst samen met kleine scherven gekleurd romeins glas, die opvallend veel lijken op de gepolijste graffiti. De 2000-jaar-oude fragmenten die normaliter in het museum in het centrum van de aandacht staan, lig- gen nu casual langs de randen van de vitrine. Wat expliciet duidelijk wordt in Van Wijks werk is dat de ‘wetenschappelijke objectiviteit’ van het museum natuurlijk een façade is: de hand van de archeoloog of conservator – en in dit geval de kunstenaar – is altijd aanwezig in de selectie, presentatievormen en contextuele kadering van het museum. In Van Wijks geval blijven de graffitifragmenten zich verzetten tegen hun ‘glazen doodskist’: gebroken door hun ruwe afscheid van de straat lijken ze nog steeds tegen de muren van de vitrine op te klimmen in een poging terug te keren naar de lege oppervlaktes die ze op de muren van Nijmegen achterlieten.